okt202010
Ambitie, niet geld, drijfveer innovatie
Terecht benadrukt het regeerakkoord dat de concurrentierkracht van het bedrijfsleven versterkt moet worden met een overheid die gericht beleid voert 'ter bevordering van innovatie en ondernemerschap'. De vraag is welk gericht beleid optimaal is. Vaak lijken subsidies of kredieten de oplossing. Dat is onterecht, goed nieuws voor een kabinet dat euro 18 mrd wil besparen.
Neem het probleem dat Nederland achterblijft met investeringen in innovatie. Toegang tot kapitaal wordt gezien als een van de belangrijkste knelpunten. Voor een belangrijke groep ondernemingen is dit ook waar, met name die zonder kasstromen, track-record of onderpand. Vaak jonge innovatieve bedrijven, die heel belangrijk zijn voor onze concurrentiekracht. De overige ondernemingen kunnen in beginsel prima terecht bij een bank voor financiering.
'Venture capital' of 'slim geld' is een alternatief voor jonge innovatieve ondernemingen om aan kapitaal te komen. Maar er komt steeds minder venture capital beschikbaar in Nederland, omdat institutionele beleggers geen geld meer stoppen in dit soort alternatieve beleggingen. Dat is niet vreemd omdat het rendement, gemiddeld gezien, bedroevend laag is in Nederland en Europa, zelfs negatief. Alleen de best presterende fondsen halen een goed rendement. Het loont voor institutionele beleggers niet om te investeren in expertise om het kaf van het koren te scheiden, vanwege de kleinschaligheid van venture capital.
In de Verenigde Staten halen venture capital fondsen veel betere rendementen, dus het kan wel. Ze presteren daar beter omdat ze veel meer te kiezen hebben: het aantal goede voorstellen (de 'deal flow') is in de Verenigde Staten veel groter dan in Europa. Een goed voorstel voor een venture capitalist is een ondernemer met een onderscheidende business case, goede kennis en goede 'skills' op het gebied van organisatie, netwerken, marketing en financiering. Maar het is bovenal de enorme 'drive' om een succes te maken van zijn of haar onderneming.
Vooral dat laatste is in Nederland relatief weinig aanwezig; veel ondernemers zijn al snel tevreden of hebben niet de wil om te doen 'whatever it takes to get there'. Of ze willen geen controle uit handen geven. Het is geen toeval dat serie-ondernemer Kees de Jong onlangs in zijn FD-column als eerste van zijn top-100 aan ergernissen 'gebrek aan ambitie' noemde!
Een venture capitalist vindt ondernemers met een gebrek aan ambitie uiteindelijk niet interessant genoeg, omdat het risico op een tegenvallend rendement te groot is. Veel jonge innovatieve ondernemers hebben hierdoor een probleem om aan financiering voor hun plannen te komen. Is dit een probleem van de kapitaalmarkt, of een probleem van de ondernemer die niet volgens de wetten van de kapitaalmarkt wil spelen? Wij denken het laatste.
In plaats van nog meer nieuw financieel beleid, kan de overheid volgens ons beter goed kijken naar de oorzaak van de relatief lage ambitie van Nederlandse ondernemers. Richt het beleid op dit gebrek. Voor goede voorstellen zal uiteindelijk voldoende venture capital beschikbaar komen.
Marcel Kleijn is medewerker van de Adviesraad Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT), Ingrid Faber en Patrick Morley zijn er lid van.
Bron: www.fd.nl
Neem het probleem dat Nederland achterblijft met investeringen in innovatie. Toegang tot kapitaal wordt gezien als een van de belangrijkste knelpunten. Voor een belangrijke groep ondernemingen is dit ook waar, met name die zonder kasstromen, track-record of onderpand. Vaak jonge innovatieve bedrijven, die heel belangrijk zijn voor onze concurrentiekracht. De overige ondernemingen kunnen in beginsel prima terecht bij een bank voor financiering.
'Venture capital' of 'slim geld' is een alternatief voor jonge innovatieve ondernemingen om aan kapitaal te komen. Maar er komt steeds minder venture capital beschikbaar in Nederland, omdat institutionele beleggers geen geld meer stoppen in dit soort alternatieve beleggingen. Dat is niet vreemd omdat het rendement, gemiddeld gezien, bedroevend laag is in Nederland en Europa, zelfs negatief. Alleen de best presterende fondsen halen een goed rendement. Het loont voor institutionele beleggers niet om te investeren in expertise om het kaf van het koren te scheiden, vanwege de kleinschaligheid van venture capital.
In de Verenigde Staten halen venture capital fondsen veel betere rendementen, dus het kan wel. Ze presteren daar beter omdat ze veel meer te kiezen hebben: het aantal goede voorstellen (de 'deal flow') is in de Verenigde Staten veel groter dan in Europa. Een goed voorstel voor een venture capitalist is een ondernemer met een onderscheidende business case, goede kennis en goede 'skills' op het gebied van organisatie, netwerken, marketing en financiering. Maar het is bovenal de enorme 'drive' om een succes te maken van zijn of haar onderneming.
Vooral dat laatste is in Nederland relatief weinig aanwezig; veel ondernemers zijn al snel tevreden of hebben niet de wil om te doen 'whatever it takes to get there'. Of ze willen geen controle uit handen geven. Het is geen toeval dat serie-ondernemer Kees de Jong onlangs in zijn FD-column als eerste van zijn top-100 aan ergernissen 'gebrek aan ambitie' noemde!
Een venture capitalist vindt ondernemers met een gebrek aan ambitie uiteindelijk niet interessant genoeg, omdat het risico op een tegenvallend rendement te groot is. Veel jonge innovatieve ondernemers hebben hierdoor een probleem om aan financiering voor hun plannen te komen. Is dit een probleem van de kapitaalmarkt, of een probleem van de ondernemer die niet volgens de wetten van de kapitaalmarkt wil spelen? Wij denken het laatste.
In plaats van nog meer nieuw financieel beleid, kan de overheid volgens ons beter goed kijken naar de oorzaak van de relatief lage ambitie van Nederlandse ondernemers. Richt het beleid op dit gebrek. Voor goede voorstellen zal uiteindelijk voldoende venture capital beschikbaar komen.
Marcel Kleijn is medewerker van de Adviesraad Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT), Ingrid Faber en Patrick Morley zijn er lid van.
Bron: www.fd.nl
.png)